Van hobby naar beroep? niet helemaal mijn verhaal
Kunst maken als hobby, als praktijk, als beroep… waar ligt die grens eigenlijk?
Ik weet wel dat dit meestal als een compliment bedoeld is. En toch blijf ik soms een beetje haken aan dat woord: hobby. Niet omdat ik het woord zo erg vind. Wel omdat kunst voor mij nooit echt een hobby is geweest.
Het is eerder wat kunstenares Tracey Emin zo treffend een 'vocation' noemt. Iets wat losstaat van carrière of geld, maar een diepe innerlijke noodzaak is.
Video: Artificial Milieu — fragment uit On The Road With… Tracey Emin, BBC News (2011) • Fragment waarin ze vertelt dat kunstenaar worden voor haar geen bewuste keuze was.
Ik heb altijd iets met beelden moeten doen. Tekenen, schilderen, maken, uitproberen, zoeken. Dingen uit mijn hoofd halen die daar rondzwerven en er een vorm aan geven. Soms om iets te vertellen, soms om iets te begrijpen, soms gewoon omdat ik nog niet weet wat het wordt. Mijn hoofd staat eigenlijk bijna nooit stil. Er zijn voortdurend ideeën, beelden, vragen, mogelijkheden en dingen die ik wil proberen. Dat is voor mij geen bezigheid voor in de vrije tijd. Het is gewoon een deel van hoe ik in de wereld sta.
Misschien is dat ook waarom ik doorheen mijn leven zo vaak het gevoel heb gehad dat ik mijn werk moest uitleggen. Of zelfs verdedigen. Alsof er telkens opnieuw bewezen moest worden dat wat ik deed wel écht werk was. Toen ik als vrouw als schilder in de bouw werkte, kreeg ik bijvoorbeeld weleens te horen:- "Schoon binnen de lijntjes schilderen hè."
- "Ik schilder ook alles zelf, hoor."
Terwijl ik vijf dagen op zeven schilderde, aan een professioneel tempo. Natuurlijk kun je zelf je huis schilderen. Maar dat is iets anders dan jarenlang schilderen als vak. Of iemand stond mij uit te leggen hoe je in het Engels zegt dat een deur pas geschilderd is, terwijl ik daar met mijn masterdiploma en mijn jaren ervaring als schilder-decorateur stond. Misschien lijken dat kleine dingen. Maar het zijn van die momenten waarop je denkt: je ziet het niet…
Later, in het onderwijs, was er dan weer:- "Jullie hebben toch veel vakantie?"
Ook daar zag je aan de buitenkant maar een deel. Het werk ging gewoon mee naar huis: voorbereiden, verbeteren, administratie, vergaderingen, nadenken, opnieuw beginnen.
En nu ik zelfstandig kunstenaar ben, merk ik dat mechanisme opnieuw:- "Jullie hebben geen kinderen en Luc heeft een inkomen."
Ja. Dat klopt. Maar hoeveel of hoe weinig ik financieel nodig heb, vertelt eigenlijk niets over wat ik doe. Soms lijkt het alsof mensen, omdat ze maar een stukje van je leven zien, zelf de rest invullen. Alsof een werk, een print of een kaartje er uiteindelijk gewoon vanzelf komt. Terwijl achter dat ene zichtbare resultaat een hele wereld zit: een idee, zoeken, mislukken, opnieuw proberen, materiaal uitzoeken, experimenteren, leren, maken, fotograferen, schrijven, administratie, contacten, verkoop. Het grootste deel van een kunstenaarspraktijk is onzichtbaar.
Niemand ziet het idee waar je weken mee rondloopt dat uiteindelijk misschien nooit een werk wordt. Niemand ziet wat je weggooit, opnieuw begint of nog niet durft te tonen. Niemand ziet hoeveel er voorafgaat aan dat ene beeld, die ene print of dat ene kaartje dat uiteindelijk ergens op een tafel ligt. Je ziet het resultaat. Niet alles wat nodig was om het te laten ontstaan.
En misschien is dat wat mij soms het meest raakt: dat ik zo vaak het gevoel heb dat ik moet uitleggen wat ik doe, terwijl bijna niemand ziet wat eraan voorafgaat. Alsof ik eerst moet aantonen dat het serieus genoeg is. Dat ik genoeg doe. Terwijl ik zelf allang weet dat dit mijn werk is.
En toch vind ik het soms nog altijd moeilijk om mezelf kunstenaar te noemen. Wanneer ben je eigenlijk kunstenaar? Wie bepaalt dat? Is het wanneer je ervoor gestudeerd hebt? Wanneer je er dagelijks mee bezig bent? Wanneer je ervan kunt leven? Wanneer je werk tentoonstelt of verkoopt? Wanneer anderen je kunstenaar noemen? Of is het iets wat je zelf op een bepaald moment gewoon durft te zeggen?
Ik weet het eerlijk gezegd niet helemaal. Misschien is dat ook waarom het woord kunstenaar voor mij zo groot voelt. Misschien hoef ik daar geen definitief antwoord op te hebben. Misschien mag ik gewoon zeggen: dit is mijn werk. Dit is waar ik mee bezig ben. Dit is hoe ik kijk en wat ik maak. En voor mij is dat fundamenteel iets anders dan een hobby.
Voor mezelf is het niet zo belangrijk of men mij nu kunstenaar noemt of niet. Ik doe wat ik doe. En daar hoort vandaag ook het ondernemerschap bij. Ik denk na over prijzen, verkoop, klanten, een webshop, prints, kaarten, opdrachten en manieren om mijn werk bij mensen te krijgen. Dat kan soms wat ongemakkelijk voelen, alsof die commerciële kant niet helemaal zou passen bij kunstenaarschap. Maar voor mij zijn die twee gewoon met elkaar verbonden. Ik wil mijn werk maken én ik wil er een inkomen mee kunnen opbouwen. Want uiteindelijk moet je ook gewoon kunnen leven. En op dit moment in mijn leven voelt het niet meer juist om daarnaast nog een andere job te doen om mijn leven te bekostigen, terwijl ik tegelijk heel sterk voel dat dit is wat ik wil doen. Niet omdat geld bepaalt wat ik maak, maar omdat ik de ruimte wil hebben om te doen wat ik moet doen.
En misschien zit daar ook het verschil met een hobby. Een hobby kan natuurlijk heel belangrijk zijn. Je kunt er helemaal in opgaan, er jaren mee bezig zijn en er veel plezier aan beleven. Maar kunst heeft voor mij nooit naast mijn leven gestaan. Het is een manier waarop ik leef, kijk en denk.
Ik heb ervoor gestudeerd. Ik heb ervaring. Mijn werk heeft verschillende vormen aangenomen. Soms stond het meer op de voorgrond, soms minder. Maar het was er altijd. Daarom voelt het niet helemaal juist om te zeggen dat ik van mijn hobby mijn beroep heb gemaakt. Het voelt eerder alsof ik opnieuw ruimte heb gemaakt voor iets wat er al die tijd was.
Een kunstenaarspraktijk kan al jaren bestaan voordat iemand ze ziet. Wanneer je blijft maken terwijl niemand kijkt. Wanneer je blijft zoeken naar wat jouw werk kan zijn, zonder te weten of iemand het ooit zal zien of kopen. Misschien is dat net wat ik zo fijn vind aan kunst: dat het tegelijk werk en spel kan zijn. Vakmanschap en nieuwsgierigheid. Controle en vrijheid.
Dus ja, ik ben blij dat ik dit vandaag mijn werk kan noemen. Maar ik zou niet zeggen dat ik van mijn hobby mijn beroep heb gemaakt. Ik heb mijn werk gewoon opnieuw de ruimte gegeven die het altijd al had.
Het was er al toen niemand keek.
